5.2 Migratie
Fotowerk
Op de vraag hoe in de toekomst moet worden omgegaan met zijn fotowerken antwoordt Van Golden dat als iedereen zorgvuldig omgaat met zijn werk er niet veel kan gebeuren en dat alleen het patina van de tijd zijn werk zal doen. Dat patina is bijzonder en zal de foto’s een extra dimensie geven. Hij heeft zijn fotowerk zo goed mogelijk verzorgd. Vaak is het ook zo ingelijst dat het moeilijk zonder destructieve ingrepen kan worden losgemaakt uit passe-partout en omlijsting. Hij vindt het niet speciaal nodig dat er referentiewerken worden aangewezen (werken die expres onder uitmuntende omstandigheden worden bewaard, die nimmer worden getoond en die niet aan daglicht of hogere temperaturen worden blootgesteld, speciaal met de bedoeling in de toekomst een referentie te bieden voor nieuwe afdrukken, migraties naar andere media of andere reproductievormen) en huldigt de opvatting in dit verband dat er ook ruimte moet zijn voor andere kunstenaars om aan bod te komen. Migratie naar andere dragers trekt hem niet aan maar tegelijk beseft hij dat alles gebeurt en dat niks tegen te houden is. Reproductie ligt niet voor de hand. Scannen van foto’s door het glas heen, komt de kwaliteit van de reproductie niet ten goede en het meeste materiaal zit goed ingesloten achter glas. Maar in Eeuwige jeugd, 100 jaar kinderportretten in de Nederlandse fotografie, Haarlem, Gorcum, Huizen 2000 is het scannen van het hele object (Insel Hombroich, 1988) zo goed gelukt dat bijna sprake is van een nieuw, geslaagd werk. Nieuwe technieken kunnen dus soms heel goed gebruikt worden en migratie is niet ondenkbaar. De foto’s van Youth is an Art (Collectie Boijmans Van Beuningen) zijn geplakt op pvc, gevat in een passe-partout achter glas en rondom voorzien van zuurvrije papiertape. Daarmee zijn ze goed opgeborgen maar deze constructie losmaken betekent toch wel ingrijpen in de structuur van het werk. Een andere methode van reproductie zou zijn gebruik te maken van de negatieven of dia’s. Deze zijn voor alle fotowerken nog in het bezit van Van Golden. Ze inzetten in het proces van conservering is niet direct in zijn gedachte. Belangrijk daarbij is dat fotografie Van Golden in staat stelde de druk op zijn schilderkunst weg te nemen, het oeuvre zuiver te houden. De schilderkunst staat voortdurend in het hart van alle activiteiten.1
Zie ook Casteldefells 1966, 1999 onder § 1.2 Fotografie
Notes
1 Gesprekken H. Janssen met D. van Golden: 0044 datum: 021127 / 0030416 / 040116