Daan van Golden

RKD STUDIES

5.1 Restauratie


Restauratie
Restauratierapport schilderij Schiedam. Hoewel het een ingrijpende restauratie was (onder andere door het nieuwe spieraam), is Daan van Golden tevreden met de resultaten. Het is met zorg en aandacht gedaan, volgens de geldende regels.1


NS-methode
Daan van Golden restaureerde Tweeluik, 1965 (collectie Bouwfonds) zelf in de aanloop naar de overzichtstentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam in 1982. Het schilderij was toen nog in het bezit van Salco Tromp Meesters en Van Golden ontdekte bij binnenkomst van het dubbele paneel in het museum dat er schade was ontstaan. De overgang tussen het paneeltje met gele verf en het onderliggende paneel was rondom barsten in het geel gaan vertonen, door frictie tussen de panelen en door droging van de verf. Deze liet Van Golden voor wat ze waren. Zij waren het gevolg van normale veroudering en inherent aan de constructie. Verder waren de scheuren niet visueel storend. Storend vond hij wel de drie, door stoten en schampen ontstane, beschadigingen in het monochrome, zacht matte wit langs de onderzijde van het schilderij. Deze heeft hij op een door hemzelf tot ‘NS-methode’ gedoopte manier herstelt. De Nederlandse Spoorwegen repareert schade aan het materieel door de plek met de ontbrekende verf af te plakken met tape, zodat een vierkant vak ontstaat dat vervolgens wordt ingevuld met de beoogde kleur. In het geval van Tweeluik, 1965 betekende dit dat Van Golden ter linkerzijde onderlangs het witte vlak een klein vierkantje afplakte en rechts de hele hoek, inclusief de zijkanten van het doek waar ook de structuur beschadigd was. Deze vierkantjes heeft hij ingevuld met witte lakverf. Er is duidelijk sprake van kleurverschil en glansverschil, vanwege het tijdverschil, bijna onvermijdelijk bij dit soort ingrepen. Van Golden vindt dat niet bezwaarlijk.2

1
Daan van Golden
Tweeluik, 1965
Hoevelaken, Rabo Vastgoedgroep

NS-methode bij restauratie
Van Golden was zich er niet van bewust dat de door hem ontwikkelde, en als ‘NS-methode’ beschreven restauratiewijze in Japan heel gebruikelijk is, en historisch is geworteld in de Japanse traditie bij restauratie van lakwerk en bij keramiek. Hij kan het zich heel goed voorstellen dat dergelijke restauraties in de context van de Japanse traditie het kunstwerk meer waarde geven. Hij wil restauratoren van zijn werk niet aanmoedigen zijn methode toe te passen bij de restauratie van zijn schilderijen, hoewel er situaties kunnen zijn waarin de methode een heel goed denkbare oplossing kan vormen. Ook omdat alle restauraties tegenwoordig omkeerbaar zijn.3


Buddha 1973-1974
In 1974 had Van Golden een voorschot gekregen van de BKR om twee werken te leveren. Hij leverde Buddha in, waaraan hij een jaar gewerkt had. Daarnaast maakte hij speciaal voor de gelegenheid Kuifje, omdat hij al een lange tijd de idee had om zijn bewondering voor Kuifje om te zetten in een werk. De formaten zijn ongeveer gelijk, de onderwerpen zijn maximaal tegengesteld, het spirituele van Boeddha en Kuifje als cowboy, met zijn hand ontspannen op het fallusachtige paaltje. Verder was er ook een tegenstelling in traditie en context, en ook in de tijdsduur van maken. Kuifje maakte hij in vierentwintig uur erbij. De lijst voorzag hij van een laag goudverf direct op het hout. Daarna deed hij er een laag goudwas overheen, als bescherming. In het Boijmans hebben ze twee metalen stripjes langs de onderzijde gemonteerd die het gewicht van de glasplaat opvangen, en voorkomen dat de lijst breekt. Buddha maakte Van Golden op een doek dat hij eerder had beplakt met zilverfolie. Hij wilde het beeld – dat hij op dia had – graag in zijn omgeving hebben. Het sierde enige tijd de rijk bewerkte schoorsteenmantel van de tweede verdieping van het huis aan de Lange Haven. Je keek er zo enigszins tegenop, wat mooi overeenkwam met de positie van waaruit de dia was gemaakt. Ook klopte dat wonderwel met het beeld zelf, dat devotie oproept. Het schilderij is dan ook zo het mooiste gepresenteerd: als je er tegen op kijkt. Dat is belangrijk bij het hangen van deze Buddha: het is goed om het werk hoog te hangen.

Het is de Boeddha uit de ‘monkey-temple Swajambunath’ in Kathmandu in Nepal. ‘Ik was daar en het was een van de vriendelijkste, goedaardige Boeddha’s die ik ooit zag.’ Theo Rekkers, een vriend had een dia van het beeld. Op de vraag of de bloemen ooit vervangen mogen worden heeft Van Golden geen eenduidig antwoord. Hij laat zich het liefste er niet over uit. De tijd zal het leren. Eigenlijk vindt hij dat alleen een ‘mooie monnik’ in staat geacht zou kunnen worden de bloemetjes te vervangen. In 1974 hielp zijn vriendin Marian Carlier bij het drogen en aanbrengen van de bloemen. Zij deed het. Van Golden stuurde wel een beetje, bij de oren bijvoorbeeld waar bloemen en stengels in het verlengde van de oorschelp liggen, dat luistert nauw). Hij beschrijft het schilderen en het aanbrengen van de bloemetjes als een devote activiteit, waar hij ook niet bij rookte. De fragiliteit van die bloemen hoort er dus bij, als direct onderdeel van het werk en zijn betekenis. Eigenlijk kunnen ze dus niet vervangen worden. Ook fotografie van de bloemetjes als strategie tot conservering, ziet Van Golden niet als een alternatief. Voor het schilderen gebruikte Van Golden Grumbacher tempera (tube), wat een goede verf is (gevonden in New York). Maar ook het praktische argument telt: dat je zoiets maakt met korte toetsjes. Het doek zat eerst om een spieraam en had een groter formaat (het was een overblijfsel van een van de werken waar folie omheen geplakt zat en die Ad Dekkers typeerde als nougatblokken). Pas later is het door Daan van het spieraam afgehaald, opgeplakt op triplex en voorzien van de bloemetjes en achter glas gezet. Het frame zit daar los achter. Het werd gemaakt door Paul Beckman, op een prachtige manier die echt onderdeel van het werk is, met de triplex steuntjes in de hoeken. De lijst werd ook door Paul verstek gezaagd. Er zit een ‘masker’ op het glas, waarschijnlijk van etherische oliën (?) die uit de bloemen zijn gewasemd. Van Golden is de mening toegedaan daar niet aan te komen. Het is beter het werk niet uit de lijst te nemen, omdat dan de bloemen zouden kunnen beschadigen.4

2
en Marian Carlier Daan van Golden
Buddha, 1971-1973 gedateerd
Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen, inv./cat.nr. Stad-S 84


Mitsukoshi, 1964
Mitsukoshi, uit 1964, lakverf op doek op paneel, twee delen, aan elkaar gemonteerd (coll. Museum Boijmans Van Beuningen). Oorspronkelijk had Van Golden twee hoge, staande panelen laten maken. Een daarvan kreeg witte lak over de grondering. De andere lakte hij geel. Op de laatste schilderde Van Golden met een klein penseeltje bloemetjes in verschillende kleuren en met min of meer dezelfde vorm. De procedure hier was zo evenwichtig mogelijk de kleur te verdelen zonder te vervallen in regelmaat. Toen bleek dat het inpakpapier van warenhuis Mitsukoshi in Tokio een ander formaat had dan het beschikbare, bredere paneel waarop hij het motief van Mitsukoshi wilde schilderen, besloot Van Golden het reeds voltooide, smalle paneel met de bloemetjes op het resterende lege deel van het paneel te monteren, als in een assemblage.

Van Golden restaureerde Mitsukoshi zelf nadat het werk beschadigd raakte. Hij zocht de kleur tot hij de gewenste tint had gekregen, volledig overeenkomend met de beschadigde plekken (in het rood) maar ook rekening houdend met nadonkering en glansverandering bij droging. Op 27-11-02 konden we de plekjes niet terugvinden. De kunstenaar was daarover niet ontevreden.

Talitha Schoon (conservator) en Jacqueline Rapmund (assistent-conservator) van het Museum Boijmans Van Beuningen namen Mitsukoshi-pakpapier mee van reizen naar Japan. De kleur en het motief is sinds de jaren zestig onveranderd gebleven. Wat opvalt is dat de kleur van het door Rapmund meegenomen papier veel dieper en sprankelender is dan de geschilderde versie (en dichter in de buurt ligt van de versie van 1986 die nu in langdurig bruikleen is aan het Gemeentemuseum van Den Haag (uit de verzameling Van Beijeren/Van Ravesteijn). De transformatie van gedrukt papier naar schilderij brengt altijd veranderingen met zich mee.5

3
Daan van Golden
Mitsukoshi, 1964 gedateerd
Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen, inv./cat.nr. Stad-S 140

4
Daan van Golden
Mitsukoshi, 1989 gedateerd
Den Haag, Kunstmuseum Den Haag, inv./cat.nr. 1005717


Notes

1 Gesprekken H. Janssen met D. van Golden: 0005 datum: 020902 / 040115 

2 Gesprekken H. Janssen met D. van Golden:0041 datum: 030318 / 040116 

3 Gesprekken H. Janssen met D. van Golden: 0042 datum: 020902 / 0030516 / 040116 

4 Gesprekken H. Janssen met D. van Golden: 0039  datum: 02119 / 030318 / 040116

5 Gesprekken H. Janssen met D. van Golden: 0055  datum: 021127 / 040127