Daan van Golden

RKD STUDIES

2.1 Ateliers


Rotterdam en Schiedam
Vanaf Katendrecht (Delistraat 32, boven de Riobar) ging Van Golden via een vriend naar een slaapetage bij de buren van de ouders van die jongen aan de Berkelselaan te Blijdorp. Daar heeft hij veel geëtst en realistisch geschilderd, in olieverf en gouache. Hij zat op de Rotterdamse Avondacademie, waar alle vakken behalve schilderen werden gegeven. Het contact met pater Sterneberg stamt van de tijd van Katendrecht, van de ambachtsschool waar Sterneberg catechisatie gaf. Op Katendrecht schilderde Van Golden ook al een beetje. Hij kreeg voor zijn verjaardag een door een oom getimmerde schildersezel. Als 17-jarige solliciteerde Van Golden bij De Bijenkorf als leerling etaleur – op basis van twee jaar avondacademie – en gaf het werk in de metaal op. In 1961 betrok hij het atelier aan de Lange Haven 117 te Schiedam (later omgenummerd tot 119 na een verbouwing) waar hij tot 1974 bleef. Daarna betrok hij het atelier in het Proveniershuis 18-20. In het ene huisje woonde, in het andere werkte hij. Daarna ging hij naar de Passage 22, waar hij van 1980 tot 1986 woonde, en werkte op de slaapetage. Vanaf 1986 werkt hij in het atelier aan de Westmolenstraat 22, waar hij tot nu toe zit.1

Londen
Het is een mythe dat Van Golden in Londen totaal niets anders deed dan fotograferen en dat daar zijn passie voor fotografie is ontstaan. In Nederland had hij van Willy van Rooy het afdrukken van foto’s geleerd. Zij had het weer geleerd van een professionele fotograaf. Van Golden heeft er weliswaar niet geschilderd, maar schilderde wel een heel gemeubileerd appartement in een speciale zachte kleur blauw, tot aan de zeildoek stoelen aan toe. Nam niet de gelegenheid bij het vertrek daar iets aan te veranderen. In Londen ontstonden een aantal zeefdrukken, o.a. de blauwe zeefdruk van Mick Jagger. Deze voerde Van Golden ook uit in zwart, op linnen. Op paneel geplakt toonde Van Golden deze op de Biënnale de la Jeunesse van Parijs van 1968. Verder maakte hij een zeefdruk van een portret van Willy van Rooy. En verder een wel geproduceerde, maar niet opgehaalde zeefdruk met als motief ‘Wales Picture’. Vraagt zich trouwens af hoe onwaarschijnlijk onverantwoordelijk hij toen in die jaren leefde, van het ene op het andere moment meegaan met een gecharterd vliegtuig naar New York, voortdurend bij vrienden verblijven, van dag naar dag levend.2

Japan
Eind januari 1963 kwam Van Golden in Kobe aan vanuit Singapore. Hij had oud en nieuw 1962-‘63 doorgebracht in Oost-Pakistan, van waaruit hij naar Birma ging, Rangoon bezocht en de Boeddhistische tempelcomplexen van Sveda-Gong, even buiten Rangoon. Vanuit Kobe gingen Willy en hij naar Tokio, waar ze tijdelijk onderdak vonden bij de YMCA (ze waren met maar 50 dollar in Japan gearriveerd). Van daaruit gingen ze met een jongen mee bij wiens ouders ze mochten wonen als ze hem Engels leerden. Om aan de verstikkende gastvrijheid te ontkomen maakten ze ‘s avonds een keer een ommetje en leerden zo twee Japanse heren kennen die hen uitnodigden yaki tori te eten. De een sprak Duits en de ander Engels. Via een van hen, meneer Nakahara, die eind jaren zestig nog Japanse lak stuurde, kon Daan geld lenen (500 gulden aan yen) om een huis te huren. Via casting agents Eddie Arab Johnny Youssouf kwam Daan aan contacten bij de filmwereld. Youssouf was zoon van een krijgsgevangen Turk die met de Duitsers geallieerd waren bij de bezetting van Tsingtao, een stukje China dat Duitsers en Turken hadden bezet en dat Japan veroverde om te gebruiken als uitvalsbasis om China te bezetten. Met het geld van meneer Nakahara kon hij in het district Meguro bij mevrouw Otake de tuinkamer bij haar villa huren van 7 x 7 meter. Daar trof hij voorbereidingen om een atelier te beginnen, waar hij gouaches ging maken. Verder kon hij privélessen in Engelse conversatie gaan geven. Op het terrein van de Toho filmstudio’s stonden straten vol met leegstaande huizen die als decor werden gebruikt. Daar richtte Daan van Golden een atelier in.

Na een jaar kregen ze in Meguro te veel telefoontjes en te veel vrienden en om weer een neutralere plek te krijgen verhuisden ze naar Sashigaya waar ze twee kamers betrokken op een eerste etage waar een smalle trap heen leidde. Langs beide kamers was een doorlopend balkon, waar de foto’s werden gemaakt van de in Japan geproduceerde schilderijen.3

Heusden en opdrachten
In 1985 was Van Golden artist in residence in het Keramisch Werkcentrum in Heusden. Hij besloot uiteindelijk een hoeveelheid goudkleurige tegeltjes te bakken, alle van gelijk formaat, zonder precies te weten waar hij ze verder voor zou kunnen gebruiken. Hij dacht onder andere aan de goudkleurige tegeltjes die hij op sommige daken in New York had gezien. Hij gebruikte een deel van deze tegeltjes later voor een werk dat hij in opdracht maakte van de Rotterdamse Kunst Stichting en voor de badruimte in de nieuw gebouwde Theaterschool in Amsterdam.4

Zie ook Japanse schilderijen onder § 1.1 Schilderkunst.


Notes

1 Gesprekken H. Janssen met D. van Golden: 0012 datum: 030205 / 021127 / 040115

2 Gesprekken H. Janssen met D. van Golden: 0013 datum: 021127 / 040115

3 Gesprekken H. Janssen met D. van Golden: 0011 datum: 030205 / 040115

4 Gesprekken H. Janssen met D. van Golden: 0017 datum: 030318 / 040115