2.2 Samenwerking
Documenta
De deur van het atelier die Van Golden op 'Documenta 4' toonde, nam hij mee naar Kassel op een aanhangwagen achter een taxi. De rest was al opgehaald door de organisatie van de Documenta. De relatie met vriendin Willy van Rooy was ten einde en dat hield hem bezig. Hij reisde naar Kassel met buurjongetje Albert Koppeschaar die de deur in het atelier had beschilderd met spuitbusverf voor schoenen. Die verf had Daan gekocht voor een vriendinnetje dat in zijn atelier werkte. Daan verbleef met Albert in Hotel Vaterland in Kassel waar ze uitcheckten nadat ze door het bed gezakt waren omdat ze vanaf de kast salto’s hadden gemaakt waarbij ze op het bed landden.1
Japanse schilderijen
De Japanse schilderijen werden alle in Japan voltooid, maar bleken later, onder andere omstandigheden en in andere contexten andere gedaantes aan te kunnen nemen. Van Golden staat open voor metamorfoses of veranderingen wanneer die zich zo aandienen. Ze werden niet alleen door Van Golden zelf maar ook door anderen later opnieuw ter hand genomen, bijvoorbeeld Compositie groen-goud 1963- 1968, dat in het Schiedamse atelier werd voltooid door het buurjongetje Jantje, met groene verf en goudverf die Van Golden hem had gegeven. Jantje was een heel bijzonder jongetje, dat evenals zijn broer Albert enige tijd op het atelier speelde en dingetjes deed voor zichzelf en zo ook, zonder het eigenlijk te weten, functioneerde als Van Goldens assistent. Zo was er ook Heinz Gelens, vriend van Paul Beckman, die ook een Van Golden schilderde. Van Golden werkte in 1982 in het atelier van Beckman aan een geschilderde versie van de collage van Matisse, De parkiet en de Meermin, uit de collectie van het Stedelijk. Hij had als plan deze geschilderde versie te hangen op de kopwand tegenover de coffeeshop, op de tentoonstelling in het Boijmans later dat jaar. Hij gebruikte het atelier van Beckman omdat hij voor het schilderen een grote, lange ruimte nodig had in verband met de projectie van de dia van de reproductie van Matisse. Zijn eigen werkruimte in de Passage was daarvoor te klein. Heinz Gelens kwam op bezoek in het atelier van Beckman terwijl Van Golden daar werkte en Van Golden nodigde hem uit een fragment van De parkiet en de Meermin te schilderen. Dit werd Granaatappel, door mijn vriend Heinz, 1982. Een derde voorbeeld is Albert Koppeschaar die in 1967 een grote ster schilderde over een Van Golden heen, om iets te doen te hebben in het atelier. Daan van Golden gaf hem een groot Japans schilderij van 150 x 138 cm, een geweldig schilderij dat weliswaar beschadigd was maar waarvan Van Golden achteraf niet zeker weet of het helemaal een verstandige daad was. Albert gebruikte goudverf, spuitbussenverf voor schoenen, blauwe verf en folie om uiteindelijk het hele Japanse schilderij aan het zicht te onttrekken. Later diende het werk als kerstversiering van het huis van Van Golden aan de Lange Haven. Weer later, in andere contexten, gebruikte Van Golden delen van de ster om nieuwe, afzonderlijke werken te maken, door na het afpellen van de folie wat over was van het Japanse schilderij twee details in te lijsten. Zo ontstaan werken door andere werken te verzagen. Meestal zaagt Van Golden, als hij genoeg heeft van sommige experimenten, wat resteert in stukken. Hij ruimt ze op. Joop Schafthuizen zag ooit een fragment van zo’n aan stukken gezaagd paneel en vond het een wonderbaarlijk mooie compositie. Daan gaf het hem en Joop zette er zelf een oudroze geschilderd Hubo-lijstje omheen, en schonk het later aan het Boijmans.2
Zie ook Buddha 1973-1974 onder § 1.1 Schilderkunst.